De familie Van Gilse in Lied van verzet
In Lied van verzet van Lin Jaldati en Eberhard Rebling verschijnt de familie Van Gilse niet alleen als een bekende naam uit het Nederlandse muziekleven, maar als onderdeel van een levende wereld waarin kunst, politiek engagement, vriendschap en verzet nauw met elkaar verweven waren. Juist daarin schuilt de bijzondere waarde van dit boek voor wie meer wil begrijpen van Jan van Gilse en zijn omgeving. Het gaat hier niet om een latere samenvatting of een afstandelijke biografische schets, maar om herinneringen van mensen die de familie Van Gilse van nabij hebben gekend en haar hebben meegemaakt binnen een bredere kring van kunstenaars, emigranten, communisten, Joodse vrienden en verzetsmensen.
Dat maakt Lied van verzet als bron bijzonder. De vertalers wijzen er zelf op dat dit boek een wereld zichtbaar maakt die grotendeels verloren is gegaan: een milieu van Nederlandse en Duitse kunstenaars, politieke geestverwanten en persoonlijke contacten, dat door oorlog, vervolging en tijd uiteen is geslagen. Binnen dat netwerk duikt de familie Van Gilse niet op als losse voetnoot, maar als een natuurlijke aanwezigheid. Daardoor krijgen de vermeldingen van Jan van Gilse, zijn zonen Mik en Janric, en Ada van Gilse een bijzondere zeggingskracht. Zij worden niet alleen genoemd; zij worden gezien in relatie tot anderen, in gesprekken, ontmoetingen, herinneringen en historische omstandigheden.
Mik van Gilse
De meest directe en levendige introductie van de familie Van Gilse loopt in dit boek via Maarten van Gilse, “Mik”. Lin Jaldati beschrijft hoe zij hem leerde kennen tijdens een protestbijeenkomst tegen werkloosheid en het beleid van Colijn. Haar herinnering is veelzeggend, juist omdat die niet begint met een historische duiding, maar met een ontmoeting. Mik maakt indruk op haar als iemand die niet alleen politiek betrokken is, maar die de ernst van zijn tijd uit eigen ervaring kent. Zij schrijft dat hij wat merkwaardig Nederlands sprak, omdat hij in Duitsland was opgegroeid, en dat hij haar vertelde hoe ernstig de situatie in Hitler-Duitsland inmiddels was geworden. Daarmee verschijnt hij direct als een figuur in wie het persoonlijke en het politieke samenvallen.
“Mik vertelde mij dat zijn vader, Jan van Gilse, een heel bekende componist was, die een belangrijke plaats innam in het muziekleven.”
Die ene zin is klein, maar belangrijk. Juist omdat hij niet uit een naslagwerk komt, maar uit een persoonlijke herinnering, laat hij zien hoe Jan van Gilse in de beleving van zijn tijdgenoten aanwezig was: niet alleen als een componist met reputatie, maar ook als vader in een gezin dat zelf midden in de culturele en politieke werkelijkheid van de jaren dertig stond. Hier komt Jan van Gilse niet naar voren als een standbeeld uit de muziekgeschiedenis, maar als een naam die leefde in gesprekken, in verhoudingen en in de wereld van jonge mensen die zich maatschappelijk en artistiek bewogen.
De annotaties bij het boek verdiepen dat beeld. Daar wordt Mik omschreven als journalist, verslaggever van de Spaanse Burgeroorlog, leider van het Hollands Jeugdtoneel en iemand met communistische sympathieën. Van bijzonder belang is bovendien dat in die annotaties expliciet staat dat Mik samen met zijn vader Jan van Gilse en Gerrit van der Veen het illegale blad De Vrije Kunstenaar oprichtte, voortgekomen uit het kunstenaarsverzet tegen de Kultuurkamer. Dat ene gegeven verbindt vader en zoon rechtstreeks in een gedeelde sfeer van artistieke en morele weerstand.
Janric van Gilse
Ook Janric van Gilse krijgt in Lied van verzet een duidelijke plaats, al is zijn aanwezigheid van een andere aard. Waar Mik in de herinneringen vooral opvalt door zijn directe ontmoeting met Lin, verschijnt Janric meer als een intellectuele en politieke figuur in haar omgeving. Lin noemt hem de oudere broer van Mik, getrouwd met Truus van Everdingen, en actief in de Communistische Partij. Zij schrijft bovendien dat Janric haar marxistische lectuur gaf. Die mededeling lijkt klein, maar is juist veelzeggend: zij laat zien dat Janric binnen deze kring niet alleen als naam of familielid aanwezig was, maar als iemand die ideeën doorgaf, invloed uitoefende en deel uitmaakte van de geestelijke vorming van anderen.
De noten in het boek maken dat beeld concreter. Daar wordt Janric kernachtig omschreven als reclametekenaar, graficus, communist en verzetsstrijder. Het personenregister voegt daaraan toe dat hij commissaris van de Internationale Brigades was. Zo ontstaat een profiel dat in enkele woorden al veel zegt: een kunstenaar, een politiek bewogen man en iemand die niet buiten de grote conflicten van zijn tijd bleef staan. Tegelijk blijft het waardevol dat deze historische typering in het boek wordt omgeven door persoonlijke herinnering. Daardoor wordt Janric niet gereduceerd tot een functieomschrijving, maar blijft hij zichtbaar als mens binnen een familie en een netwerk.
Ada van Gilse
Juist in een tekst die gemakkelijk door mannen en publieke daden gedomineerd zou kunnen worden, is de aanwezigheid van Ada van Gilse opvallend betekenisvol. In Lin Jaldati’s herinnering is Ada niet alleen de echtgenote van Jan van Gilse en moeder van Mik en Janric, maar iemand die haar boeken en romans aanreikte. Dat detail is bescheiden, maar juist daardoor sterk. Het laat iets zien van de sfeer in en rond de familie Van Gilse: een omgeving van lezen, denken, uitwisseling en culturele openheid. Ada verschijnt hier niet als decor op de achtergrond van grotere namen, maar als een vormende aanwezigheid.
Die indruk wordt versterkt doordat zulke kleine details in herinneringsliteratuur vaak meer onthullen dan grote verklaringen. Een boek dat iemand aanreikt, een gesprek, een bijnaam, een ontmoeting — daarin wordt voelbaar hoe mensen op elkaar inwerkten. Ada krijgt in Lied van verzet misschien geen lange biografische uitwerking, maar haar aanwezigheid is niettemin wezenlijk. Zij belichaamt iets van het huiselijke en culturele klimaat waarin deze familie functioneerde. Het personenregister bevestigt haar plaats kort en zakelijk: Ada van Gilse-Hooijer was de echtgenote van Jan van Gilse en de moeder van Janric en Maarten. Juist naast de herinnering van Lin krijgt die droge identificatie gewicht.
Jan van Gilse: componist en moreel referentiepunt
Wat uit deze bron naar voren komt, is een Jan van Gilse die meer is dan alleen een bekende componist. Natuurlijk blijft zijn plaats in het muziekleven in beeld. Lin noteert via Mik dat hij een “heel bekende componist” was, met een “belangrijke plaats” in dat muziekleven. Maar het boek laat ook zien dat zijn naam bleef resoneren in kringen waar kunst en morele keuze niet van elkaar gescheiden werden. Dat blijkt niet alleen uit de vermelding van De Vrije Kunstenaar, maar ook uit latere opmerkingen van Eberhard Rebling. Zo merkt Rebling op dat de opera Thijl van Jan van Gilse in Nederland nog altijd werd doodgezwegen. Dat is meer dan een terloopse klacht. Het laat zien dat Van Gilse voor hem niet eenvoudig een historische componist was, maar een naam die nog steeds verbonden was met waardering, veronachtzaming en moreel gewicht.
Juist daarin zit iets wezenlijks. In Lied van verzet verschijnt Jan van Gilse niet alleen als vader van twee zoons die midden in de politieke spanningen van hun tijd stonden, maar ook als een figuur van blijvende betekenis in het geheugen van mensen die oorlog, verzet en de naoorlogse culturele strijd bewust hebben meegemaakt. Het boek maakt hem niet groter dan hij is, maar het laat wel zien dat zijn naam in deze kring niet neutraal was. Zij stond voor kunst, overtuiging en een bepaalde houding tegenover de tijd.
Een familie binnen een bredere wereld
Misschien is dat uiteindelijk de grootste kracht van deze bron: dat de familie Van Gilse nergens geïsoleerd wordt voorgesteld. De vertalers maken duidelijk dat Lin en Eberhard bewogen in een uitgebreid netwerk van kunstenaars, emigranten, Joodse vrienden en communistische kameraden. In die wereld waren persoonlijke banden, artistieke samenwerking en politieke overtuiging voortdurend met elkaar verweven. Daardoor krijgt de familie Van Gilse reliëf. Zij wordt niet alleen benoemd om haar bekendheid, maar ook omdat zij werkelijk deel uitmaakte van die wereld.
Dat bredere verband maakt ook de afzonderlijke details betekenisvoller. Mik is dan niet alleen de zoon van Jan van Gilse, maar ook een journalist, theaterman en politieke persoonlijkheid. Janric is dan niet alleen diens broer, maar een graficus, communist en verzetsstrijder. Ada is dan niet alleen moeder en echtgenote, maar ook een bemiddelende, culturele aanwezigheid. En Jan van Gilse zelf verschijnt in dat geheel als componist, vader en iemand wiens naam verbonden bleef met het morele gewicht van verzet en culturele integriteit.
Tragiek en nawerking
De inleiding van de vertalers plaatst deze familiegeschiedenis uiteindelijk in een tragisch perspectief. Daar staat dat onder de vrienden die in de oorlog omkwamen ook Maarten (Mik) en Janric van Gilse waren. Die mededeling is sober, maar ingrijpend. Zij verandert de toon van de eerdere herinneringen achteraf: gesprekken, boeken, ontmoetingen en indrukken worden daarmee niet alleen karakteristieken van levende mensen, maar ook resten van een wereld die is afgebroken. De namen Mik en Janric krijgen in dit boek daardoor niet alleen historische betekenis, maar ook de lading van verlies.
Juist daarom is het vermelden van het Lied van verzet op deze website janvangilse.nl zo waardevol. Niet omdat het een volledige studie over de familie Van Gilse biedt — dat doet het niet — maar omdat het iets vastlegt wat in veel andere bronnen moeilijker te vinden is: nabijheid. Het laat zien hoe de familie Van Gilse in de herinnering van tijdgenoten voortleefde, hoe zij functioneerde in een wereld van kunstenaars en overtuigingen, en hoe de namen van Jan, Mik, Janric en Ada verbonden bleven aan meer dan alleen biografische feiten. In deze bron verschijnt Jan van Gilse als componist, vader en moreel referentiepunt; Mik als journalist, theaterman en medeoprichter van De Vrije Kunstenaar; Janric als politiek geëngageerde kunstenaar en verzetsstrijder; en Ada als een warme en cultureel vormende aanwezigheid binnen het gezin. Samen geven deze herinneringen een beeld van een familie waarin kunst, overtuiging en morele keuze nauw met elkaar verbonden waren.
Bron: Lin Jaldati en Eberhard Rebling, Lied van verzet. Het bijzondere levensverhaal van twee bewoners van ’t Hooge Nest (Amsterdam: Boom, 2024). Met dank aan Rimco Spanjer voor het manuscript.
